Boekentijdreis Ontdek de geschiedenis van de Openbare Bibliotheek Brugge

Maak kennis met de geschiedenis van de Openbare Bibliotheek Brugge via de tijdlijn van illustrator Peter Goes en topstukken uit onze erfgoedcollectie. Van een Merovingische oorkonde over middeleeuwse manuscripten en boeken uit de eerste jaren van de boekdrukkunst tot historische kranten en prentenboeken van uitgeverij Desclée De Brouwer. Je kijkt je ogen uit bij zoveel boekenpracht!

Merovingische oorkonde: het oudste document in de bib!

7de eeuw: In Normandië wordt een oorkonde geschreven die de verkoop van een stuk grond regelt. Deze Merovingische oorkonde wordt rond 1850 per toeval ontdekt voor de Brugse stadsbibliothecaris P.J. Laude. Het vel perkament was als dekblad gebruikt in een dertiende-eeuws boek. Deze Merovingische oorkonde is het oudste document in de collectie van de Brugse bibliotheek.

foto links: Fragment van een Merovingische oorkonde, tweede helft 7de eeuw, ms. 615

"DE EVOLUTIE IN DE DEONTOLOGIE VAN CONSERVATIE EN DE RESTAURATIE IS ER ÉÉN VAN TOENEMENDE TERUGHOUDENDHEID. ALLE HANDELINGEN EN MATERIALEN ZIJN REVERSIBEL EN WORDEN NAUWLETTEND GEDOCUMENTEERD. DE CONSERVATIE VAN DE MEROVINGISCHE OORKONDE IS DAAR EEN SPREKEND VOORBEELD VAN: ALLE ONDERDELEN VAN CHARTER EN BAND WERDEN MET EEN MINIMUM AAN TOEGEVOEGDE ELEMENTEN GECONSERVEERD. DAT MAAKT DE TOEGANKELIJKHEID MEDE DOOR DIGITALISERING EN HET MANIPULEREN VOOR NADER ONDERZOEK STEEDS VEILIG MOGELIJK. - Martine Eeckhout, restauratrice atelier Eeckhout"

Middeleeuwse abdijbibliotheken

12de-13de eeuw: Monniken in de abdijen van Ten Duinen (Koksijde) en Ter Doest (Lissewege) verzamelen boeken voor de abdijbibliotheken. Ze kopiëren boeken in het abdijscriptorium. Het gaat om religieuze teksten, wetenschappelijke teksten over filosofie, aardrijkskunde, recht, geneeskunde, muziek, geschiedenis, enz. De collectie van de abdijbibliotheken zal later de basis vormen voor de Openbare Bibliotheek Brugge.

De monniken van Ter Doest hielden de vinger aan de pols: op deze bladzijden is het einde te lezen van een tekst over geluk, geschreven door een eigentijdse auteur. Onderaan de rechterbladzijde staan meer dagelijkse zaken genoteerd, onder andere een remedie voor tranende ogen.

Quedam expositiones supra libros politicorum, ethicorum et rethoricorum aristotelis, Vlaanderen (?), 13de eeuw, ms. 482. Afkomstig uit de abdij van Ter Doest
"De middeleeuwse bibliotheek van Ter Duinen en Ter Doest is een bijzonder omvangrijke en uiterst relevante collectie op de Topstukkenlijst. De waarde van de boekencollectie staat boven de waarde van elk individueel werk. Ze vormen samen de uitzonderlijke identiteit van de historische bibliotheek en weerspiegelen het rijke intellectuele en dagelijkse leven in de middeleeuwse abdij." - Lieve Watteeuw, lid Topstukkenraad Vlaanderen

In handschriften contrasteren beeld en inhoud wel eens. Dit handschrift bevat een encyclopedische tekst. De verluchte beginletter, waarin een meester en enkele leerlingen te zien zijn, onderstreept dit. Maar in de marge duikt een hybride wezen op, wordt golf gespeeld en speelt een vrouw viool met een hark…

Vincent de Beauvais, Speculum doctrinale, Noord-Frankrijk (Douai?), 13de eeuw, ms. 251. Afkomstig uit de abdij van Ter Doest
“In het veld van de boekverluchting bestond er in het laatste kwart van de 15de eeuw zoiets als de Gents-Brugse school. Dit meesterwerk van Vincent de Beauvais is van vroegere datum, maar is dankzij een totaal andere Gents-Brugse as integraal digitaal te bewonderen. Niets gaat boven de historische sensatie van een origineel stuk, maar als erfgoedbibliotheken die maximaal staan voor hergebruik en open data zorgen de Biekorf en de Boekentoren ervoor dat zoveel mogelijk kostbaar erfgoed digitaal bruikbaar en inzetbaar is voor tal van projecten. Het typeert de Brugse collega’s dat ze mee trekken aan de kar om dit soort interoperabiliteit en hergebruik te willen maximaliseren. Het duurzaam beheer van die digitale content zorgt voor meer gebruik in bijzonder veel verschillende contexten én zorgt anderzijds voor een beter te organiseren bewaring van de originelen.” - Hendrik Defoort, collectiebeheerder Universiteitsbibliotheek UGent

Een abdij was een onderneming op zich, met bijvoorbeeld heel wat landerijen die beheerd werden. De monniken konden een handschrift zoals dit, met juridische teksten, dus zeker gebruiken. Centraal staan teksten uit de oudheid. Rondom staat commentaar en toelichting hierop door een Bolognese rechtsgeleerde.

Digesten (Infortiatum), met glossen van Accursius, Italië (Bologna?), 13de eeuw, ms. 352. Afkomstig uit de abdij van Ter Doest
“The project Art of Reading in the Middle Ages was an excellent example of international cooperation, where pan-European medieval practices were explored and published on Europeana. Among other magnificent medieval monuments was also this 13th-century Italian manuscript from the Cistercian abbey of Ter Doest in Flanders. Its colourful illuminations, as small hidden gems, reveal to us details of everyday life in Italian medieval courts, their fashion, and social dynamics. They also provide interesting art historical research data, giving insight into architecture and symbolism.” - Ines Vodopivec, directeur Nationale Bibliotheek Slovenië

De oudste kaart van Vlaanderen

In een kroniek van rond 1450 tekent een Italiaanse koopman een kaart van Vlaanderen zoals hij het op dat moment kent. Dit werk, dat in 1988 door de Openbare Bibliotheek Brugge werd aangekocht, staat bekend als 'de oudste kaart van Vlaanderen' en is erkend als Vlaams Topstuk.

In 1452 vertaalde een Italiaan de Excellente cronike van Vlaenderen naar het Italiaans. De tekst vertelt over de Vlaamse graven, hun huwelijken, oorlogen… maar geeft ook boeiende schetsen van het leven in het 15de-eeuwse Brugge.

Carlo Gigli?, Geoffredo Rapondi?, Cronache de singniori di Fiandra e de loro advenimenti, Brugge, 1452, ms. 685.
“Al toen ik aan mijn eerste boek over de Brugse opstand van 1436-38 werkte, werd ik gefascineerd door de handschriftenverzameling van de Openbare Bibliotheek Brugge. In drie onuitgegeven en veel te weinig gekende kronieken in het bijzonder, de hss. 436 en 437 van de zogenaamde Excellente Cronike, en het hs. 685, een unieke Italiaanse vertaling van die kroniek, vond ik een schat aan levendige details over het leven in de laatmiddeleeuwse metropool tijdens de Bourgondische periode. Sindsdien worden deze bronnen systematisch onderzocht aan de UGent en elders.” - Jan Dumolyn, hoogleraar UGent

Colard Mansion

Tweede helft 15de eeuw: Colard Mansion is een belangrijke boekenmaker in Brugge. Hij maakt zowel manuscripten als gedrukte boeken. Dat de Brugse bibliotheek boeken van Colard Mansion in bezit heeft, is te danken aan de naar Parijs uitgeweken Bruggeling Joseph-Basile van Praet (1752-1837). Hij was bibliothecaris in de Koninklijke Bibliotheek in Parijs, maar bovenal was hij bibliofiel. Hij verzamelde in zijn leven 15 incunabelen (= boeken gedrukt voor 1501) van Mansion. Uit liefde voor zijn geboortestad schonk hij ze aan de stadsbibliotheek.

In 1484 levert Colard Mansion, een van de eerste drukkers in Brugge, een topwerk af: een bewerking van Ovidius’ Metamorfosen. Hij voegt aan de verhalen een christelijke, moraliserende inslag toe en brengt ook volledig nieuwe verhalen. Grote en kleine houtsneden illustreren het boek. Rondom tekst en beeld is ruimte voor randdecoratie.

Foto links: Colard Mansion, Métamorphose, Brugge, Colard Mansion, 1484, inc. 3878. Geschonken door Joseph-Basile van Praet

Dit boek is het eerste gedrukte boek met datering van Colard Mansion. Op de laatste bladzijde, in het colofon onderaan rechts lezen we: “imprimé à Bruges par Colard Mansion Anno M.CCCC.lxxvi” (1476). Mansion experimenteerde wel al langer met de nieuwe druktechniek, samen met de Engelsman William Caxton.

Foto rechts: Giovanni Boccaccio (auteur), Laurent de Premierfait (vertaler), De la ruyne des nobles hommes et femmes, Brugge, Colard Mansion, 1476, inc. 3874

“De Hoofdbibliotheek Biekorf bezit vele pareltjes van ongeziene typografische waarde. Deze historische drukwerken van Colard Mansion zijn hier mooie voorbeelden van. Niet alleen omdat er slechts enkele exemplaren ter wereld ter inzage zijn, maar ook omdat ze een belangrijke primaire bron zijn voor letterontwerpers, font ontwikkelaars en academische onderzoekers. Persoonlijk kreeg ik de kans om deze werken in detail te bestuderen voor het digitaliseren van de Colard Mansion Bastarda font familie voor Stad Brugge, waardoor dit project een unieke en verfijnde afwerking mocht genieten. Maar daarnaast zijn er nog tal van andere ongekende letterschatten in deze collectie te ontdekken.” - Jo De Baerdemaeker, typograaf studio Type

16de-eeuwse manuscripten en oude drukken

Dit 16de-eeuwse handschrift is een handboek voor de uitvaartliturgie van een bisschop. De tekst werd geschreven en prachtig uitgevoerd in opdracht van Jan de Witte, een Brugse geestelijke die carrière maakte aan het hof en de eerste bisschop van Cuba werd. Hij staat afgebeeld op de miniatuur aan het begin van het handschrift.

Nicolas Bureau, De agendis in episcoporum morte et sepultura, Brugge, ca. 1530 – ca. 1540, ms. 768
“De aankoop van dit manuscript is een sterk staaltje van samenwerking tussen de Openbare Bibliotheek Brugge en Musea Brugge. Niet alleen is de verluchting typerend voor de late fase van de Vlaamse miniatuurkunst, ook schuilen er in de prominente opdrachtgever en Bruggeling Jan de Witte vele boeiende, historische verhalen en verbanden met de Brugse collecties. Het manuscript wordt beheerd en bewaard in de bibliotheek en periodiek tentoongesteld bij de musea. De complementaire collecties en expertise van musea en bibliotheek zijn cumulatief en versterken elkaar in grote mate. Dankzij de goede samenwerking kunnen we sterke verhalen creëren die gesmaakt worden door het Brugse en internationale publiek.” - Anne van Oosterwijk, directeur Collecties Musea Brugge

Lodewijk van Gruuthuse bezat een uitgebreide bibliotheek met prachtig verluchte handschriften. De meeste ervan worden bewaard in Parijs. In 2021 kwam een folio uit een van zijn handschriften op de markt. Samen met Musea Brugge kocht de bibliotheek deze folio aan, waarop het mystieke huwelijk van de heilige Catharina en Christus afgebeeld staat.

Raimundus de Capua (auteur), Meester van Margaretha van York (verluchter), folio uit Légende de la Vie de Sainte Catherine de Sienne, ca. 1475, ms. 767

Marcus Laurinus was de belangrijkste boekenverzamelaar in het 16de-eeuwse Brugge. Hij liet zijn boeken op een gepersonaliseerde manier inbinden. Op de band kwam telkens zijn wapenschild, leuze en, omdat zijn verzameling ook voor anderen openstond, de vermelding ‘Van Marcus Laurinus en vrienden’. Wereldwijd zijn slechts 37 Laurinus-banden bekend. In 2023 kon de bibliotheek er een aankopen.

Foto links: Hippocrates (auteur), Jacques Dubois (samensteller), Guillaume Chrestien (vertaler), Livre de la generation de lhomme (…), Parijs, Guillaume Morel, 1559, ingebonden voor Marcus Laurinus in 1559, HF 1090

Marcus Laurinus verblijdde ook zijn vrienden met mooi ingebonden boeken. Dit werk, gedrukt in Parijs, schonk hij daar aan zijn stadsgenoot Antonius Schoonhovius in 1550, zoals het Latijnse opschrift op het achterplat vermeldt.

Foto rechts: Arnoul le Ferron, De rebus gestis Gallorum libri IX. Ad historiuam Pauli Aemilij additi, Parijs, Michel de Vascosan, 1550, 3125

Simon Stevin

Tweede helft 16de eeuw: De in Brugge geboren wetenschapper Simon Stevin publiceert tal van werken over waterbouwkunde, navigatie, boekhouding, fysica, stedenbouw en wiskunde. De Openbare Bibliotheek Brugge bewaart een belangrijke collectie werken van Stevin.

Simon Stevins De thiende is een klein maar belangrijk boekje. Hij introduceerde hier een manier om decimale breuken voor te stellen en er bewerkingen mee te doen. Hij droeg het werkje op aan vaklieden, zoals sterrenkundigen, landmeters, muntmeesters, tapijtmeters… Stevin kende hen elk een maateenheid toe, waarmee ze binnen een decimaal systeem konden werken.

Foto links: Simon Stevin, De thiende leerende door onghehoorde lichticheyt allen rekeningen onder den menschen noodig vallende, afveerdighen door heele ghetalen sonder ghebrokenen (…), Leiden, Christoffel Plantijn, 1585, 5/530

“Als ontwerper kom ik heel vaak in contact met andere maateenheden. Toen ik vroeger voor Belgische weverijen werkte, kreeg ik voornamelijk aanvragen uit het Verenigd Koninkrijk, meestal nog in inches omschreven. Soms vergat men zelfs de maateenheid erbij te noteren, wat vaak voor verwarring zorgde, zeker als het om sierkussens ging. Een kussen van 25 cm of 25 inch is een groot verschil! De volgende stap voor mij als textielontwerper was de lengte-eenheid omrekenen naar het aantal draden. Een weefgetouw werkt immers met draden - centimeter wordt enkel gebruikt om de weefseldichtheid te bepalen, omschreven als ‘draden/cm’. Voor muurbekleding maakte ik dan weer de stap naar yards, de courante Amerikaanse maateenheid. Rolproducten worden per yard of per rol van 11 yard verkocht. En voor oproltubes gebruikt men dan weer inches. Zelfs hier in België. Mijn omrekeningen doe ik nu voornamelijk via online omrekentools. Die zou ik niet meer kunnen missen. Dus ik kan me inbeelden dat Simon Stevins boek De thiende (…) een heel welkome uitgave was in die tijd!” - Margot Billiet, ontwerper Atelier Billiet

De abdijbibliotheken in de 17de eeuw

Even terug naar de abdijbibliotheken, die in de 16de eeuw een woelige periode doormaakten door de Beeldenstorm. In 1627 verhuist de Duinengemeenschap naar een nieuw onderkomen aan de Potterierei in Brugge (het huidige Grootseminarie). De bibliothecaris en monnik Carolus de Visch ontfermt zich samen met abt Campmans over de samengesmolten bibliotheken van Ten Duinen en Ter Doest. Hij laat talrijke banden herstellen (de zgn. 'Campmansbanden) en stelt in 1628 de eerste catalogus op.

Dit handschrift, opgesteld als een conversatie tussen een meester en zijn leerling, bevat een biografie van paus Gregorius I. Een van de twee afbeeldingen in het boek geeft een tronende Christus weer met een knielende monnik aan zijn voeten.

Foto links: Vita sancti Gregorii in duabus personis, videlicet magistri et discipuli, metrice exarata, ca. 1150, ms. 406. Afkomstig uit de abdij van Ter Doest

“Sinds de erkenning van de middeleeuwse handschriften van Ten Duinen en Ter Doest als gezamenlijk Vlaams Topstuk, werken we nauw samen met de Openbare Bibliotheek Brugge om dit kostbare erfgoed goed te ontsluiten en te bewaren voor de toekomst. Dat gebeurt onder meer via mmmonk.be: dankzij dit platform bereiken we een breder en diverser publiek dan ooit te voren. De kwalitatieve digitale beelden laten bovendien diepgaand onderzoek toe waardoor de manuscripten steeds meer van hun geheimen prijsgeven.” - Céline de Cottignies, archivaris Bisdom en Grootseminarie Brugge

Dit middeleeuwse handschrift kreeg in de 17de eeuw een nieuwe band. Op het voorplat staat het wapen van abt Bernard Campmans van de Duinenabdij in goudstempeling. Onder het wapenschild staat zijn wapenspreuk ‘Deo duce’. Het is de meest karakteristieke uitvoering van de zogenaamde ‘Campmansband’.

Foto rechts: Galfredus Babio, Commentaar bij het Evangelie volgens Mattheus en Mattheus glossatus, 12de-13de eeuw, ms. 56

Napoleon en de Écoles centrales

Kort na de Franse Revolutie worden de abdijen opgeheven en de boeken in hun bibliotheken raken verspreid. Een groot aantal wordt genationaliseerd om de bibliotheken van de Écoles centrales te bevoorraden. In 1804, onder het bewind van Napoleon, krijgt de Stad Brugge de zorg over deze omvangrijke collectie toevertrouwd. Dit is de start van de Openbare Bibliotheek Brugge. Eerst wordt de bibliotheek ondergebracht in de Gotische zaal van het stadhuis. In 1883 verhuist de bibliotheek naar het Jan Van Eyckplein.

De oorsprong van de huidige erfgoedcollectie van de Openbare Bibliotheek Brugge ligt in de bibliotheek van de Ecole centrale van het Leiedepartement. Die werd eind 18de eeuw ondergebracht in de gebouwen van de Duinenabdij, het huidige Grootseminarie.

Octave Delepierre (auteur), A. Tessaro e.a. (illustrator), Album pittoresque de Bruges, ou Collection des plus belles vues et des principaux monuments de cette ville, Brugge, Buffa, 1837-1840, 4481
"IN DE FRANSE TIJD MAAR VOORAL DIE VAN NAPOLEON GING VEEL AANDACHT NAAR ONDERWIJS EN CULTUUR. HET STREVEN NAAR GELIJKE KANSEN, HET BESTRIJDEN VAN ONWETENDHEID EN VAN DE KERKELIJKE GREEP OP DE SAMENLEVING WAS DAARBIJ EEN PRIORITEIT. NAPOLEON, ZELF EEN GROOT LEZER, HECHTTE VEEL BELANG AAN ZIJN EIGEN BOEKENVERZAMELING, MAAR OOK AAN OPENBARE BIBLIOTHEKEN. DE BIBLIOTHÈQUE NATIONALE EN VERVOLGENS DE BIBLIOTHÈQUE IMPÉRIALE WERDEN AANGEVULD MET MASSALE AANKOPEN, MAAR OOK MET CONFISCATIES EN OORLOGSBUIT. TIJDENS DE EGYPTISCHE CAMPAGNE STUURDE NAPOLEON BIJVOORBEELD 320 UITZONDERLIJKE OOSTERSE MANUSCRIPTEN NAAR PARIJS. OOK OP GEMEENTELIJK NIVEAU EN IN DE NIEUWE LYCEA (MIDDELBARE SCHOLEN) MOESTEN BIBLIOTHEKEN KOMEN. ALLE BOEKEN BLEVEN ECHTER EIGENDOM VAN DE STAAT. VOOR DE VOORUITGANG VAN DE MENSHEID ÉN DE GLORIE VAN DE KEIZER? IN ELK GEVAL ONTSTOND ZO EEN STERK EN ALTERNATIEF BOEKENAANBOD, NAAST DAT VAN DE KERKELIJKE BIBLIOTHEKEN. EEN MAATSCHAPPELIJKE CONCURRENTIE MET HOGE INZET." - JOHAN OP DE BEECK, AUTEUR VAN DIVERSE BOEKEN OVER NAPOLEON

De Ecole centrale opent in januari 1798 de deuren. Enkele jaren later kondigt deze affiche het hernemen van de lessen aan. Er wordt gemeld dat de bibliotheek publiek toegankelijk is en dat ze het voorgaande jaar gevoelig uitgebreid werd, vooral binnen de domeinen moderne literatuur en geschiedenis.

Foto links: Département de la Lys. Ecole centrale, Brugge, Joseph Bogaert en Zoon, 1801, HF 954

Desclée De Brouwer en andere Brugensia

De kern van de bibliotheekcollectie wordt gevormd door de manuscripten en oude drukken uit de abdijbibliotheken. Bij het verdere aankoopbeleid wordt vanaf het begin een accent gelegd op Brugse werken (gedrukt in Brugge, Brugse auteur, of uit een Brugse collectie). Dit is nog steeds zo. Alle boeken die na 1830 gedrukt zijn en verband houden met Brugge, worden ondergebracht in de collectie Brugensia. De prentenboeken van uitgeverij Desclée De Brouwer zijn een belangrijke deelcollectie.

Eerste Nederlandstalig prentenboek in het fonds met de karakteristieke kenmerken die eigen zullen zijn aan de Albums van de uitgeverij: Vierkant of oblong van formaat, een harde kaft, een groot lettertype en kleurrijke, paginagrote illustraties gemaakt door gekende illustratoren.

Foto links: Camille Melloy, Op aarde als in de hemel, 1933, 50-4556

In 1934 vertaalde Stijn Streuvels het boek Gens de mer et pêche maritime van de Belgische kunstenaar René de Pauw (1887-1946).

Foto rechts: Stijn Streuvels, Zeelieden en zeevisscherij, 1934, 50-4341

Foto links: Jan Vercammen, Serena, 1945, FVRC 16

In 1941 startte Desclee met een afdeling De Kinkhoren die gedurende 10 jaar enkel Nederlandstalige publicaties op de markt bracht.

Foto rechts: Felix Timmermans, Vertelsels, 1941, 50-4349

Foto links: Wies Persyn, De reis van Goudvleugeltje en Nachtegaaltje, 1938, 50-4555

“DE BIEKORF IS EEN VAN MIJN FAVORIETE PLEKKEN OM ONDERZOEK TE DOEN. JE VINDT ER AAN BRUGGE GERELATEERDE PARELTJES, ZOALS DE COLLECTIE GEÏLLUSTREERDE BOEKEN VAN DESCLEE DE BROUWER, EEN UITGEVERIJ DIE KINDEREN LIET KENNISMAKEN MET SCHOONHEID.” - SASKIA DE BODT, KUNSTHISTORICUS EN EMERITUS HOOGLERAAR ILLUSTRATIE AAN DE UVA (NEDERLAND)

Historische kranten

De bibliotheek bezit een indrukwekkende collectie historische kranten. 600 000 pagina’s uit de periode 1792-1977 zijn online raadpleegbaar op www.historischekrantenbrugge.be. Brugge was -na Antwerpen- de tweede stad in de Zuidelijke Nederlanden die een eigen krant uitgaf. Op een veiling in februari jongsleden kon de bibliotheek drie 17de eeuwse Brugse kranten aankopen, wat zeer uitzonderlijk is. Des te opmerkelijker is het feit dat de kranten bij drie verschillende drukkers van de pers rolden.

Foto links: Nieuwe Tydinghen, 26 april 1659 - Te Brugghe, by Lucas vanden Kerckhove

Foto rechts: Nieuw-tijdinghen uyt verscheyden gewesten, 7 mei 1659 - Te Brugge, gedrukt by Nicolaes Breygel

Foto links: Nieuwe Vrijdagsche Tijdingen, 7 maart 1664 - Tot Brugghe, By Alexander Michiels

“De collectie historische kranten is voor mij een schatkamer vol tijdcapsules. De kranten leggen de gebeurtenissen uit het verleden vast én vertellen je over de ervaringen en meningen van onze voorgangers. Even in deze kranten bladeren geeft je een kijkje in het dagelijkse leven in deze mooie stad en in het internationale en nationale nieuws vanuit een Brugs standpunt. Dat maakt deze collectie onmisbaar om een genuanceerd beeld van het verleden te schetsen.” - Sophia Rochmes, projectleider krantendigitalisering Vlaamse Erfgoedbibliotheken

Guido Gezellearchief

Op 1 mei 1830 wordt Guido Gezelle geboren in Brugge. Hij is bekend als priester-dichter maar liet ook een indrukwekkende correspondentie na. Gezelles enorme verzameling papieren kwam bij zijn familie terecht. Het archief doorstond oorlogen en beproevingen, om uiteindelijk een veilig onderkomen te vinden. In 1971 wordt de collectie van het Guido Gezellearchief overgedragen aan het Brugse stadsbestuur, en ondergebracht in de bibliotheek. Het gaat om o.a. poëziehandschriften, correspondentie, taalkundige fiches (de 'woordentas') en een afgietsel van Gezelles hersenen.

Taalkunde: Gezelles Woordentas

Guido Gezelle was gebiologeerd door taal en verzamelde obsessief woorden, klanken en zinnen, zelfs tijdens zijn biecht. Hij vreesde dat ze anders verloren zouden gaan. Met een netwerk van 120 "zanters" verzamelde hij taalvondsten en stelde hij gerichte vragen in kranten en tijdschriften. Hij noteerde elk woord op papieren fiches van gelijke grootte, wat resulteerde in zijn "Woordentas", een papieren databank van ongeveer 150.000 fiches. Gezelle wilde hiermee een woordenboek maken, waarbij "tas" verwijst naar hoop of berg. Hij putte uit de Woordentas voor zijn eigen poëzie en tijdschriften, en hij stond de verzameling af aan L.-L. De Bo voor de samenstelling van het Westvlaamsch Idioticon (1873). De Woordentas was een grote hulp bij het samenstellen van het Woordenboek der Nederlandse Taal.

Foto links: Al tijdens zijn studententijd was Guido Gezelle actief met taal, zoals blijkt uit dit Scheldblad. Guido Gezellearchief, nr. 2567

“Uw 'Woordentas' met meer dan 150.000 meticuleus geordende fiches met woordverklaringen vond ik onnozel, toen. Dat Leoš Janáček op straat gesprekken opnam om hun klank en ritme te inventariseren en die kleuren later in zijn composities verwerkte, vond ik cool. Dat hij een paternalistische seksist was, wist ik toen waarschijnlijk nog niet. Dat deze beide verzamelingen en de achterliggende drang misschien op een verwantschap zouden kunnen duiden, en de sleutel tot uw werk in muzikaliteit zou kunnen liggen, kwam in de verste verte niet bij me op. Wat misschien ook weer iets over ons (literatuur)onderwijs zegt.” - Gaea Schoeters, dichter (uit: Waarde Meester, Beste Guido, 2022)

Poëzie: Rijmsnoer

Rijmsnoer (1897) is Guido Gezelles laatste bundel, bestaande uit 231 gedichten gerangschikt naar de maanden van het jaar. Inspiratie putte Gezelle uit zijn levenslange onderzoek naar taal, wat resulteerde in experimentele taalvormen die het onuitsprekelijke trachtten te vatten in impressionistische natuurgedichten. Dit werk wordt gezien als een voorloper van latere vernieuwende poëzie, zoals die van Paul van Ostaijen en de vijftigers. Het betekende tevens Gezelles doorbraak naar een breder publiek en werd postuum bekroond met de vijfjaarlijkse prijs voor Nederlandse letterkunde. Rijmsnoer is opgenomen in de Canon van de Nederlandstalige literatuur, een project van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL).

Foto rechts: Poëziehandschrift van Guido Gezelle van het gedicht Oorloge. Guido Gezellearchief, nr. 797

Foto links: Poëziehandschrift van Guido Gezelle van Oosteren, Guido Gezellearchief, nr. 721

Foto rechts: Nethandschrift van Guido Gezelle van het gedicht Tranen. Guido Gezellearchief, nr. 860

“In de gedichten van Gezelle is de natuur voortdurend in beweging. En daardoor de taal ook. Ongelofelijk hoe zijn gedichten nog steeds swingen.” - Lies Van Gasse, dichter (uit: Vliegoefeningen, 2021)

Gezelles correspondentie

Guido Gezelle ontving dagelijks brieven van familie, vrienden, oud-leerlingen en collega's, zelfs van missionarissen wereldwijd. De oudste dateren uit zijn tijd als leraar in 1854, de laatste ontving hij voor zijn dood in 1899. Gezelle koesterde zijn brieven levenslang en nam ze met zich mee telkens hij verhuisde. Zakelijke correspondentie verknipte hij om het papier te recycleren. Na zijn dood bleven zo'n 8000 brieven bewaard. De brieven geven inzicht in Gezelles leven en werk. Ze zijn een rijke bron voor de studie van het religieuze leven, het onderwijs, de persgeschiedenis, de taal- en volkskunde en de mentaliteitsgeschiedenis van de 19de eeuw.

Foto links: Brief van Guido Gezelle aan Eugeen Van Oye, Roeselare, 15.09.1858: Van Oye stuurde Gezelle tijdens de vakantie een afstandelijk briefje. Om de interesse van zijn favoriete leerling te herwinnen, schreef Gezelle hem deze Hindoestani-brief. Guido Gezellearchief, nr. 3497

Foto rechts: Brief van Hendrik Conscience aan Guido Gezelle, Kortrijk, 12.10.1858: Gezelle stuurde zijn eerste bundel Dichtoefeningen naar Conscience. Die schrijft in zijn brief bladzijden vol lof, maar hij zou wel het West-Vlaams achterwege laten. Guido Gezellearchief, nr. 3890

Foto links: Brief met schetsen van oorijzers van de Fries Johan Winkler aan Guido Gezelle, Haarlem, 30.03.1882. Guido Gezellearchief, nr. 5239

“Gezelle had de naam schuchter, aarzelend en niet zo ‘sociaal’ te zijn. Tegelijk beleefde hij met zoveel mensen zulke intense contacten. Het verder verkennen van dit Gezellegeheim, dat ook in zijn gelegenheidswerk schuilt, heeft mij tot deelname aan het brievenproject aangetrokken.” - Paul Thoen, vrijwilliger GezelleBrOn

Privébibliotheken

Verschillende privébibliotheken van bekende Bruggelingen worden in de 20ste eeuw overgebracht naar de Openbare Bibliotheek Brugge. Zo ook het omvangrijke Fonds Van Acker van de Brugse politicus en minister van staat Achiel Van Acker (1898-1975).

De bibliotheek van de Brugse politicus Achiel Van Acker is zeer omvangrijk (400 meter!) en bevat onverwachte parels zoals deze modetijdschriften.

Foto links: Journal des Dames et des Demoiselles, Bruxelles, maart 1887

Foto rechts: Journal des Demoiselles, Paris, mei 1895

“Als onderzoeker aan de UGent focus ik mij op laat-19de-eeuwse mode in Frankrijk en België. Modetijdschriften zijn hierbij een waardevolle bron. Ze presenteren eigentijdse modecreaties in woord en beeld, vermelden modehuizen bij naam, en bieden inzicht in welke kleding geschikt was voor welke gelegenheid. Veel van deze tijdschriften, zoals het Journal des Demoiselles, werden in Frankrijk gepubliceerd maar ook in het buitenland gelezen. Wat het Journal des Dames et des Demoiselles bijzonder maakt, is dat het in Brussel werd gepubliceerd. Hoewel sterk gericht op de Parijse mode, stelt dit tijdschrift ons dus in staat meer te weten te komen over mode in België tijdens de tweede helft van de 19de eeuw.” - Dries Debackere, doctoraatsstudent Vakgroep Kunst-, Muziek-, en Theaterwetenschappen UGent

Netwerk van bibliotheekfilialen

Na de fusies van de gemeenten en het bibliotheekdecreet (jaren 1970) worden verschillende lokale, vaak zuilgebonden bibliotheken overgenomen door de Openbare Bibliotheek Brugge. Dat resulteert in een netwerk van bibliotheekfilialen in de verschillende Brugse deelgemeenten.

Publieksactiviteiten

Vanaf de jaren 1990 zet de bibliotheek steeds meer in op publieksactiviteiten: tentoonstellingen, lezingen, rondleidingen en workshops voor het onderwijs, enz. In 2002 is Brugge Culturele Hoofdstad. In dat jaar organiseert de bibliotheek een grote tentoonstelling over de collectie middeleeuwse manuscripten én het eerste Jeugdboekenfeest, dat sindsdien ieder jaar in maart plaatsvindt.

Digitalisering

Sinds de jaren 2000 zet de bibliotheek in op de digitalisering in al haar vormen: online catalogus, e-boeken, zelfuitleenstations, grote online erfgoedprojecten met hoogwaardig beeldmateriaal (vb. mmmonk.be, gezelle.be, manuscripten op europeana.eu.

2023: Cultureel-erfgoedorganisatie van landelijk niveau

In 2023 wordt de Openbare Bibliotheek Brugge door Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon ingedeeld als cultureel-erfgoedorganisatie van landelijk niveau. Naast het kwaliteitslabel 'erkende erfgoedbibliotheek' krijgt de Brugse bibliotheek vanaf nu een extra erkenning voor haar werking en een bijkomende jaarlijkse subsidie van 250 000 euro.