Schermlezer-vriendelijke versie weergeven.

Lachen als spelregel

VIVES SpellenLab presenteert

Gezelschapsspellen zijn er niet alleen om te winnen, maar vooral om samen met vrienden en familie te ontspannen en afleiding te vinden van de dagelijkse sleur. Humor versterkt dit sociale aspect van spellen. In deze spellen - van rond 1900 tot vandaag - ligt de humor in verrassende wendingen, gekke opdrachten en grappige illustraties. Soms wordt de actualiteit op de korrel genomen met een knipoog of met bijtende satire. Andere spellen werken op de lachspieren door hun absurditeit. Wat al deze spellen gemeen hebben? Ze brengen mensen samen rond de tafel - met een lach als mooiste prijs. Deze presentatie van spellen uit het VIVES SpellenLab, te zien in het Volkskundemuseum Brugge, toont hoe humor en gezelschapsspellen dikwijls hand in hand gaan. Van 2018 tot 2025 werkte VIVES SpellenLab samen met Erfgoedcel Brugge en geëngageerde vrijwilligers aan de registratie, bewaring en ontsluiting van de historische spellencollectie. Meer info over dit project vind je hier.

Even lachen met malle gevallen! (1935)

Dit spel wordt met drie personen gespeeld. Elke van de medespelers neemt een stapeltje kaarten van dezelfde kleur in de hand. De drie stapels liggen omgekeerd klaar op tafel.

Om beurt draaien de spelers een kaart om en lezen hardop wat er op staat: eerst een kaart met nummer 1, dan een kaart met nummer 2 en tenslotte een kaart met nummer 3. Dat resulteert in de meest vreemde en grappige zinnen. En dat is uiteraard de bedoeling. Het is een variant op het ‘Advertentiespel’, waarbij op dezelfde manier absurde krantenadvertenties worden samengesteld.

De Vroolijke Jongeling (1920)

De ‘Vroolijke Jongeling’ is een variant op ‘Ezeltje Prik’ waarbij deelnemers geblinddoekt proberen de staart van de ezel op de juiste plaats te prikken. Bij dit spel is het de bedoeling om de accessoires – hoed, snor, strik, bril – op de uitklapprent van een jonge heer te prikken.

Op de speldoos staat een burgerlijk gezin afgebeeld. Dit was het doelpubliek van veel gezelschapsspellen in Nederland in de 19e en begin 20e eeuw. Gezelschapsspellen werden beschouwd als een fatsoenlijke, huiselijke vorm van vermaak, in contrast met de kaart- en gokspelen die geassocieerd werden met cafés, drankverbruik en een meer volkse en mannelijke sfeer. Een gezelschapsspel kon door het hele gezin samen worden gespeeld.

Lach niet te vroeg (1930)

Lach niet te vroeg’ is een variant op ‘Mens Erger Je Niet!’, dat op zijn beurt een vereenvoudigde versie is van een eeuwenoud Indiaas bordspel, Pachisi. In 1911 bracht de Duitser Joseph Friedrich Schmidt  ‘Mens erger je niet!’ (Mensch ärgere Dich nicht) voor het eerst op de markt. Het is de bedoeling om als eerste jouw pionnen 40 cirkels verder naar jouw vier eindpunten te brengen. Alle pionnen worden verplaatst met dobbelsteenworpen. De spelers kunnen elkaars pionnen ook terugsturen naar de startcirkel door precies op de pion van een ander te landen; tot jolijt van de ene en ergernis van de andere. Ook de titel ‘Lach niet te vroeg’ wijst op dit spelelement, dat de kansen plots kon doen keren.  Aanvankelijk waren het voornamelijk volwassenen die zich voor hun plezier gingen ergeren, maar later evolueerde ‘Mens Erger Je Niet!’ tot een echt familiespel.  

Boldoot's Dubbel Blank Spel (1909)

Dit kinderspel werd uitgegeven door de Amsterdamse zeepfabrikant Boldoot als reclame voor het wasmiddel Dubbel Blank. Met dobbelstenen en fiches proberen de spelers als eerste tweemaal het woord ‘blank’ te vormen. Het spel volgt een jongen die voor zijn moeder een pak Dubbel Blank moet kopen. Onderweg verzamelt hij letters of verliest hij fiches, terwijl zijn trouwe hond hem overal vergezelt. De tocht loopt niet zonder kleerscheuren: er zijn botsingen, natte pakken en uiteindelijk een val in een teerton, waarbij ook de hond kopje-onder gaat. Besmeurd komen ze thuis aan, waar moeder hen in een tobbe met Dubbel Blank stopt. Even later stappen ze weer blinkend en schoon naar buiten. De jongen vraagt moeder of ze nog eens Dubbel Blank mogen gaan kopen.

Het Mad Spel (1982)

Mad is een bordspel op de markt gebracht door Parker Brothers. Mad is het best te beschrijven als omgekeerd Monopoly. Het is de bedoeling om als eerste al je geld kwijt te raken. Het spel zit vol gekke (soms onmogelijke) opdrachten en leent zich uitermate goed voor het zelf toevoegen van (zelf bedachte) regels. Sommige regels veroorzaken dat spelers van plek moeten wisselen of van geld moeten wisselen. De geluksfactor is onder andere hierdoor erg groot. In het spel komen vooral personages voor uit het Amerikaanse satirische stripblad Mad, dat ook in België en Nederland verscheen.

Laf en Flink tijdens Hinkepink (1945)

Dit satirische spel verscheen direct na de bevrijding van Nederland in 1945. De prent toont allerlei situaties die betrekking hebben op de Duitse bezetting. “Hinkepink” verwijst naar de Oostenrijker Arthur Seyss-Inquart, die als Reichskommissar het bevel voerde in bezet Nederland. Seyss sleepte met zijn been, vandaar zijn bijnaam. Het spel prijst verzetshelden en andere Nederlanders die de Duitse bezetter tegenwerkten (“Flink”) en is meedogenloos voor collaborateurs (NSB-ers) en vrouwen die omgang hadden met Duitsers (“Laf”). In het midden staat het nationale wapen van Nederland, de vrijheidsboom en de wapens van de elf provincies. Als uitgever wordt Omnium genoemd. Dat is een merknaam van uitgeverij Kompas in Den Haag, die zich specialiseerde in wegenkaarten en atlassen. Bij Omnium verscheen in 1945 eveneens het boekje ‘Gek en Wijs tijdens Seyss’ met spotprenten en -rijmpjes over goed en fout tijdens de Duitse bezetting.  

Jeu du Pas de l’Oie (circa 1918)

Deze satirische versie van het klassieke ganzenbord werd tijdens de Eerste Wereldoorlog geïllustreerd door de Franse kunstenaar Guy Arnoux (1886–1951). Arnoux was bekend om zijn patriottische prenten en albums, waarin hij de Franse moed en militaire glorie verheerlijkte. Zijn herkenbare stijl — kleine, levendige figuren met zwarte contouren en felle aquarelvakken — gaf zijn werk een speels karakter dat bij het grote publiek in de smaak viel. In Jeu du Pas de l’Oie richt Arnoux zijn humor op de vijand. Met geestige karikaturen en spitsvondige teksten neemt hij de Duitse samenleving en haar oorlogshelden op de korrel. Het resultaat is een spel dat tegelijk vermaakt én propaganda bedrijft: een ganzenbord vol spot en satire.

Boerenschroom (1930)

Boerenschroom is een oud Nederlands spel met dobbelstenen en kaarten. De kaarten tonen herkenbare figuren uit het dorpsleven: de burgemeester, de veldwachter, de belastingontvanger en de boeren Bartel en Sijmen. Het spel gaat terug tot de jaren 1850 en is een speelse aanklacht tegen het nieuwe belastingstelsel van minister Jean Henry Appelius in die tijd, dat veel verzet opriep onder de Nederlandse boeren. Met rijmende teksten en karikaturen geven de kaarten stem aan hun ongenoegen. Zo klaagt boer Bartel: “Men laat mij dorschen, laat mij zweeten, En ’t wordt door andren opgegeten.” En boer Sijmen verzucht: “Ik arme Sijmen moet betalen! Mogt ik hem met mijn vork onthalen!” Ondertussen blijft de burgemeester onverstoorbaar: “Al is een ieder niet content, Ik trek gerust mijn traktement.” De humor is volks, direct en herkenbaar. Boerenschroom maakt van belastingfrustratie een bron van vermaak, dat nog generatieslang populair bleef.

Exploding Kittens (2015)

In Exploding Kittens trekken spelers om beurten kaarten totdat iemand een ontploffende kat tevoorschijn haalt — tenzij die op tijd kan ontmantelen met een waterpistool of een laserpointer. Het spel werd in 2015 gelanceerd via een online crowdfundingsactie en groeide razendsnel uit tot een wereldwijd succes. De makers combineren absurde situaties met de herkenbare internet-humor van katten, chaos en zelfspot.

Hun latere spel Throw Throw Burrito (2020) drijft die speelsheid nog verder: een kruising tussen kaartspel en trefbal waarin spelers pluche burrito’s naar elkaar gooien. Of het nu om katten of burrito’s gaat — deze spellen bewijzen dat humor mensen nog altijd samen rond de tafel brengt.